DEFINITIE

Een MVP (Minimum Viable Product) is de kleinste werkende versie van een product waarmee je met echte gebruikers test of je idee een probleem oplost waar mensen voor willen betalen. Je bouwt alleen de kern, meet hoe gebruikers ermee omgaan en beslist daarna op basis van data wat je verder ontwikkelt.

In het kort

  • MVP staat voor Minimum Viable Product: minimaal levensvatbaar product.
  • Doel: zo snel en goedkoop mogelijk leren of je idee werkt, met echte gebruikers.
  • Een MVP van een app of webapplicatie staat meestal in 6 tot 12 weken live.
  • Een MVP is geen prototype: het is echte, werkende software die mensen dagelijks kunnen gebruiken.

Wat betekent MVP?

MVP is de afkorting van Minimum Viable Product, in het Nederlands een minimaal levensvatbaar product. "Minimum" gaat over de omvang: zo weinig functies als mogelijk. "Viable" gaat over de kwaliteit: het product moet goed genoeg werken om er echt mee te werken en er iets van te leren.

De term werd in 2001 bedacht door Frank Robinson en werd groot via Steve Blank en Eric Ries, de bedenker van de Lean Startup-methode. Ries omschrijft een MVP als de versie van een nieuw product waarmee een team met zo min mogelijk moeite zoveel mogelijk gevalideerde kennis over klanten verzamelt. Voor mij is dat de kern: snel leren, niet goedkoop bouwen.

In de sport betekent MVP Most Valuable Player. Hier gaat het om de productbetekenis.

Twee bekende voorbeelden van een MVP

Zappos (1999). Oprichter Nick Swinmurn wilde weten of mensen schoenen online zouden kopen. Zonder magazijn of voorraad maakte hij foto's van schoenen in winkels bij hem in de buurt en zette die op een eenvoudige website. Kwam er een bestelling binnen, dan kocht hij de schoen zelf in de winkel en verstuurde hem.

Dropbox. Voordat het product af was, maakte Drew Houston een korte demovideo die liet zien hoe Dropbox zou werken. De wachtlijst voor de bèta groeide daardoor volgens Houston in één nacht van 5.000 naar 75.000 mensen.

Wat ik sterk vind aan beide: ze testten eerst de belangrijkste aanname. Een MVP hoeft dus niet altijd software te zijn. Ook een video of een handmatig uitgevoerde dienst telt, zolang je de reactie van echte mensen meet.

MVP, prototype of proof of concept: wat is het verschil?

Deze drie begrippen lopen vaak door elkaar, maar ze beantwoorden elk een andere vraag.

OnderdeelProof of conceptPrototypeMVP
HoofdvraagKan het technisch?Hoe ziet het eruit en werkt het logisch?Willen gebruikers het echt gebruiken?
VormTechnische test, vaak zonder interfaceKlikbaar ontwerp, bijvoorbeeld in FigmaWerkende software met echte data
GebruikersHet ontwikkelteamEen paar testpersonenEchte klanten of medewerkers
DoorlooptijdDagen tot enkele weken1 tot 2 weken6 tot 12 weken

Vaak volgen ze elkaar op: eerst de proof of concept, dan het prototype, daarna de MVP.

Wat hoort er in een MVP, en wat niet?

Een goede MVP lost één probleem goed op voor één duidelijke doelgroep. Bij een nieuw idee stel ik daarom eerst twee vragen: wie gaat het gebruiken, en welke taak moet die persoon als eerste kunnen afronden? Alles wat daar niet direct aan bijdraagt, schuiven we door naar een latere versie.

Wel in een MVP:

  • De kernfunctie die het probleem oplost, van begin tot eind.
  • Inloggen en de basisrechten die nodig zijn.
  • Beveiliging en AVG-maatregelen als je persoonsgegevens verwerkt. "Minimaal" geldt voor functies, niet voor veiligheid.
  • Een manier om gebruik te meten, zoals statistieken of een feedbackknop.

Niet in een MVP:

  • Uitgebreide rapportages en dashboards.
  • Koppelingen die je voorlopig ook handmatig kunt oplossen.
  • Instellingen en opties voor uitzonderingen.
  • Perfect afgewerkt ontwerp tot op de pixel.

Een veelgemaakte fout is een MVP die zo kaal is dat hij niet bruikbaar is. Dan leer je alleen dat mensen afhaken, niet waarom. "Viable" is net zo belangrijk als "minimum".

Wat betekent een MVP voor jouw project?

Heb je een idee voor een app, een klantportaal of een eigen SaaS-platform? Dan begin ik het liefst met een MVP. Je krijgt voor een beperkt bedrag snel echte feedback, in plaats van een jaar te bouwen aan iets wat niemand gebruikt.

Als marktindicatie: een MVP van een zakelijke app of webapplicatie kost meestal €5.000 tot €25.000 en staat in 6 tot 12 weken live. Wat het bij jou wordt, volgt uit de afbakening: welke gebruikers, welke functies en welke koppelingen. Daarom begin ik met een procesgesprek en een blauwdruk met schermschetsen en een voorstel voor de eerste versie.

Ik wil vooraf duidelijk hebben wat we met een eerste versie bedoelen, en wanneer die geslaagd is. Bijvoorbeeld: 20 testgebruikers ronden de kerntaak af zonder hulp, of 5 klanten zijn bereid te betalen. Zonder zo'n doel wordt elke uitkomst een mening in plaats van een besluit.

Let ook op technische schuld: snel bouwen is prima, zolang je na een geslaagde test kunt uitbreiden in plaats van opnieuw bouwen.

Zo werk ik ook bij mijn eigen producten. Leadooo, mijn eigen kleine CRM-app, begon met de basis: leads en offertes bewaren, vervolgacties, een overzicht van wat vandaag moet gebeuren en herinneringen. Afsprakenmodules en een checkout staan als uitbreidingsplannen op de lijst. In die basis zit het onderscheid dat er het meest toe doet: een status vertelt waar iets staat, een geplande actie vertelt wat er moet gebeuren.

Veelgestelde vragen over een MVP

Wat kost een MVP?

Een MVP van een app of webapplicatie kost meestal tussen €5.000 en €25.000. De prijs hangt vooral af van het aantal functies, gebruikersrollen en koppelingen met andere systemen. Een no-code MVP kan goedkoper, maar is lastiger op te schalen.

Hoe lang duurt het om een MVP te bouwen?

Voor de meeste zakelijke apps en webapplicaties duurt het 6 tot 12 weken, inclusief een korte ontwerpfase en testen met gebruikers. Een eenvoudige test met een landingspagina of demovideo kan al binnen een paar dagen.

Wat komt er na een MVP?

Je analyseert hoe gebruikers de MVP gebruiken en beslist: doorgaan, bijsturen of stoppen. Ga je door, dan bouw je in korte rondes de functies die gebruikers het meest missen, tot je product-market fit bereikt.

← Terug naar de kennisbank